Gastcolumn

marcel_dings

De smaak van de aardbei

Door Marcel Dings

Een aardbeienplant zit net als een menselijk lichaam best wel ingewikkeld in elkaar. Soms lijkt alles vanzelf te groeien, en soms val je van een verkoudheid in een daarop volgend ander ongemak. Toch zijn er ook veel paralellen. Als wij als mens regelmatig werken en rusten, eten en drinken, niet teveel in de zon zitten, maar ook niet de hele dag door de regen lopen, dan gaat ons het leven vaak wat beter af dan wanneer we er maar wat op los leven. Rust, reinheid en regelmaat is ook wel een oude wijsheid die vaak genoemd wordt.

Dat zelfde geldt ook voor een aardbeienplant. Hij voelt zich het lekkerst bij een regelmatig leventje. Op tijd zijn eten en drinken, een lekker zonnetje en temperatuur om in te werken en een goede nachtrust. Dit houdt de plant van nature al in een goede gezondheid.

Maar wat gebeurt er nu als een plant gaat bloeien en vruchten gaat dragen in het voorjaar? Dat wordt een spannende periode, die paralellen heeft met de zwangerschap van een vrouw. De plant heeft extra voeding nodig, is kwetsbaarder voor allerlei ziekten en plagen, en bedrijft eigenlijk topsport door zichzelf helemaal in dienst te stellen van zijn bloemen en vruchten.
Maar nu de verschillen met de mens. In tegenstelling tot een mens kan een plant heel veel energie zelf opwekken door assimilatie.

Assimilatie is het proces van iedere groene plant, waarbij CO2 (koolstofdioxide) en water  onder invloed van licht wordt omgezet in suikers en O2 (zuurstof). De bladgroenkorrels in de bladeren zorgen voor het omzetten van zonlicht in energie welk bij dit proces nodig is. Een aardbeienplant maakt dus suikers voor zijn vruchten en voor zijn dagelijks levensonderhoud uit onze afvalstof CO2.

Je moet de aardbeienplant dus als een klein suikerfabriekje beschouwen, waarbij de hoeveelheid blad de omvang van de fabriek bepaalt, en daarmee de hoeveelheid product die er maximaal gemaakt kan worden. De werkelijke hoeveelheid suikers die per dag uit de fabriek komt wordt bepaald door de hoeveelheid grondstoffen die er beschikbaar zijn: CO2 en water.

Maar nog belangrijker is de hoeveelheid licht die er beschikbaar  is: met andere woorden hoeveel en hoe sterk schijnt de zon. Een laatste belangrijk punt is de temperatuur. Een aardbeienplant werkt het liefst bij 15 – 22 graden. Ook een goede gezondheid  en tijdig zijn natje en droogje doen hem optimaal laten produceren.  Een goede nachtrust met een lekkere afkoeling ’s nachts doet hem en zijn vruchten goed. De suikers uit de bladeren worden dan rustig naar de vruchten getransporteerd.

Als je dit nu allemaal tot je laat doordringen, dan komen we bij de kern van dit college: waarom smaken de aardbeien van een zelfde plant niet altijd even lekker.

Je hebt bij aardbeienrassen in hoofdzaak twee typen: de junidragers en de doordragers. De junidragers dragen in één vlucht alle vruchten, en zijn na de vruchtdracht leeg en moeten weer een jaar wachten op nieuwe bloemen en vruchten. De doordragers daarentegen blijven de hele zomer door nieuwe bloemtakken produceren, en dus niet allemaal tegelijk.

We gaan nu eerst in op de junidrager zoals we kennen de Elsanta, Sonata, Darselect, Lambada, Korona en vele anderen. De junidragers gooien dus alle bloemtakken snel achter elkaar eruit, staan kort en hevig in bloei en geven zelfs al enige rijpe vruchten tijdens het bloeien van de laatste bloemetjes.

Heel veel bloemen en uitgroeiende vruchten vragen daarmee op het zelfde moment suikers van de plant. Deze verdeelt dan zo goed en zo slecht als dit kan die aangemaakte suikers  over zijn eigen onderhoud, de bloemen en uitgroeiende vruchten. In het begin van de oogst geeft dit dus wel eens een gebrek aan suikers en iets minder zoete aardbeien. De allereerste hebben al vroeg wat extra gehad, omdat ze de eerste waren die aan tafel zaten, en de allerlaatste aardbeien zijn de meest verwende schatjes. Moeder Plant heeft dan niet veel meer om voor te zorgen, terwijl haar fabriek vol doordraait, resulterend in super zoete aardbeien.

De plant heeft het  met name even moeilijk als er in het begin teveel bloemen en vruchten aan dreigen te komen. Voor de smaak is het dan beter om wat bloemetjes weg te plukken of zelfs een hele bloemtak weg te halen. (maar doe dat toch maar even niet (red. Jan)..)

Alles draait bij de aardbeienplant dus om het evenwicht tussen de aanmaak van suikers in de bladeren en de vraag naar suikers door de bloemen en vruchten. Is er meer vraag dan aanbod, dan daalt de smaak.

De clou van dit verhaal is dus dat de smaak van een aardbei niet alleen door het ras bepaald wordt, maar ook door het stadium waarin de oogst zich bevindt.

Veel succes met jullie aardbeienkwekerijtjes, en veel smakelijke Hollandse aardbeien toegewenst.

Marcel Dings
Aardbeienkweker
www.dingsaardbeien.nl 

edith

Mam, waar komen de aardbeitjes vandaan?

door Edith Dourleijn

Niet zo lang geleden was heel culi-Nederland in rep en roer. Onze eigen  aardbeienprofessor Jan Robben wilde ophouden met het telen van de lekkerste aardbeien. Maar gelukkig teelt hij nog steeds smaakaardbeien, zij het minder dan voorheen.  En bovenal helpt hij ons nu met het zelf telen van de aardbeien. Maar het gevaar is nog steeds niet geweken; die mooie witte bloemetjes moeten wel bevrucht worden, anders groeien er geen aardbeien uit. Telers gebruiken daarvoor bijenvolken. De bijen halen de nectar en stuifmeel uit de bloemen, en in ruil daarvoor bestuiven en bevruchten ze de planten, waardoor de bloemetjes uitgroeien tot aardbeien. Maar voor hoe lang nog? Bijen worden namelijk ernstig in hun voortbestaan bedreigd en dat heeft grote gevolgen voor ons smulpapen.

De ene bij is de andere niet

Er zijn verschillende soorten bijen. Er zijn (wilde) solitaire bijen, die alleen leven en geen honing maken. Daarnaast heb je honingbijen (die in het wild niet meer voorkomen!), die in een volk samenleven en wel honing maken. Op het hoogtepunt in de zomer vormen zo’n 60.000 bijen een nest. Honing is voor hen het voedsel voor de wintermaanden, als het te koud is om uit te vliegen.

In het volk hebben bijen een vergaande taakverdeling, waarbij de vrouwelijke werksters de term ‘bezige bij’ erg letterlijk nemen: buiten het leggen van eitjes en het bevruchten van de koningin (daar zijn respectievelijk de koningin en de mannelijke darren voor) doen zij alle voorkomende taken, van schoonmaken tot stuifmeel en nectar halen. Door de warmte in het nest dikt de nectar in tot honing.

Op bijenles

Dit en meer leerde ik tijdens de theorielessen van een cursus bijen houden. Het maakte me nieuwsgierig naar de praktijk. Op een stralende lentedag was het zover en op het sein van de docent hesen we ons in ons imkerpak. Onder begeleiding van een ervaren imker openden we de deksel van de kast. Het zachte gezoem werd luider, een flink aantal bijen vloog op en ik leerde hoe je rustig de raten één voor één moest inspecteren. De eitjes, larfjes en gesloten cellen waarin de larven zich poppen tot een bij, cellen met stuifmeel en honing, ik leerde het allemaal van elkaar te onderscheiden. ‘Mijn’ volk was levendig en zeer actief. Ook telden we op die eerste dag geen enkele varroamijt, wat ook enige reden tot blijdschap was.

De bedreiging

Honingbijen worden namelijk ernstig bedreigd, en de varroamijt – meegekomen met bijen uit Azië – is één van de bedreigers. Met de mijt besmette bijen raken ernstig verzwakt en zijn gevoeliger voor andere ziektes. Zieke bijen kunnen hun taken niet goed uitoefenen, waardoor het volk als geheel gevaar loopt. Ook pesticiden, zendmasten en de verminderde biodiversiteit worden aangewezen als oorzaken van de bijensterfte.
Maar wat ook de redenen zijn voor het uitsterven van de honingbijen, het heeft direct gevolgen voor onze voedselconsumptie. Hoewel ook wind, solitaire bijen en andere insecten zorgen voor bestuiving, worden door telers honingbijen ingezet. Het volk wordt dan enige tijd tussen het fruit gezet en na bewezen diensten weer naar huis gebracht. Na koeien en varkens is de honingbij het nuttigste landbouwdier dat we hebben!
Kortom, we hebben bijen hard nodig en dat is de reden dat er flink zorgen zijn om het voortbestaan van de honingbij. Een bijkomende reden is dat imkers (dit zijn vooral mannen met een gemiddelde leeftijd van 60 jaar) dreigen uit te sterven.

Wat kan jij doen?

 Eigenlijk hetzelfde als met de bedreigde smulaardbeien: het heft in eigen hand nemen! Verwen de insecten in je eigen omgeving die jouw aardbeienbloemetjes bestuiven. Zorg ook voor andere bloemen, het hele jaar rond, zodat alle insecten genoeg voedsel hebben. De solitaire bij die bij jou in de muur huist, de bijen van een imker (die wel een paar kilometer ver kunnen vliegen), andere bij-achtigen en vlinders zullen je dankbaar zijn. Hang een insectenhotel op, dat biedt de beestjes een schuilplaats. Of ga net als ik een stapje verder en ga ook bijen houden. Ik volgde de cursus bij de bijenhoudersvereniging Ambrosius uit Middelbeers (link: http://bijenteelt.wordpress.com/basiscursus-bijenteelt/), maar in het hele land worden vergelijkbare cursussen gegeven. Of denk er eens over na om een bijenvolk te leasen.

Meer lezen?

Een uitgebreide, en zeer lezenswaardige, inleiding in bijen vind je in dit cahier van de WUR (link:http://bwm.trefcon.nl/media/pdf/Bijen.pdf). En kinderen kan je spelenderwijs hierover vertellen door De heer Bij (link: http://www.de-heer-bij.nl/index.html) in te schakelen.

Edith Dourleijn schrijft over koken en (lekker) eten. Dat doet ze voor diverse bladen op koken.blog (link:http://koken.blog.nl), en op haar persoonlijke blog doet ze verslag van haar belevenissen in en rond haar eigen keuken (link:http://www.eediete.nl/keuken).

 

carola4

Smaakbeleving, Sfeer en Emotie

Door Carola Hereijgers

Niet direct de eerste woorden die me te binnen schieten bij het doen van de wekelijkse boodschappen. Het is een wekelijks terugkomend ritueel. En toch merk ik dat het aan het veranderen is. We worden bewuster van wat we eten, we willen meer genieten van die belangrijke levensbehoefte.

Als ik bewust zoek naar producten waarop staat waar het vandaan komt, zijn die er steeds meer. Niet alleen land van herkomst, maar ook wie het geproduceerd heeft. Even op internet zoeken en vaak vind ik van alles over de teler en zijn bedrijf. Zeg nou zelf, het is fijn om uitleg te kunnen geven over de fles wijn die we serveren. Maar als we dan óók nog het verhaal kunnen vertellen over de groentes of het fruit, is het plaatje pas echt compleet. We beleven de smaak veel meer.

Winkelen bij de teler
Gaan we nog een stapje verder, het winkelen bij telers zelf. Boerderijwinkels, kraampjes aan de weg, automaten, we zien het steeds vaker. Mijn favoriet is de boerderijwinkel. Direct kopen van de boer, ik kan van alles vragen en reken maar dat de trotse telers graag vertellen over hun producten. Mijn man en ik hebben zelf ook een seizoenswinkel met daarnaast een aardbeienautomaat. Het is genieten, echt waar. Mijn klanten willen weten hoe een product geteeld wordt. Ze willen zien waar de aardbeien groeien en hoe het toch kan dat het seizoen zo lang is tegenwoordig. En natuurlijk mag iedereen rondkijken en zien waar hun zomerkoninkjes groeien.

In het vroege voorjaar telen we asperges, die hier in West Brabant van oudsher al verkocht worden vanuit de ijskoude waterbak zodat ze niet uitdrogen. Vooral klanten van “boven de rivieren” kijken soms hun ogen uit als ze zien hoe de koningin der groente groeit en gepresenteerd word. Als ikzelf mijn inkopen doe bij bijvoorbeeld een tomatenteler of kaasboerderij uit de omgeving, kan ik echt thuiskomen met iets extra’s. Met een verwennerij voor het hele gezin. Ik vertel het verhaal erbij en we “proeven” de soms ambachtelijke sfeer.

Zelfgeteelde producten
Waar we het meest van genieten is zelfgeteelde producten. En dat is nou juist wat de studenten van de aardbeienacademie ook beleven. Wijzelf telen naast fruitbomen, bessenstruiken en groenten, de Hollandse aardbei. Weliswaar beroepsmatig, in groten getale, maar daarom niet met minder passie. In het vroege voorjaar, de allereerste rode vruchten, is ieder jaar weer een feest. Frank (mijn aardbeienteler) houd ze angstvallig verborgen voor iedereen, zodat die eerste rode schatten zeker niet te vroeg geplukt worden. Als hij vindt dat de tijd rijp is, worden we verrast met ieder onze eigen eerste aardbei van het seizoen. Dit zal vast herkenbaar zijn voor iedereen die in zijn eigen tuin of op balkon een aardbeienplant heeft. De plant wordt gekoesterd en verzorgd. En als beloning mogen we dan de vruchten plukken.

Degenen die in 2011 al student waren aan de aardbeienacademie, hoef ik waarschijnlijk niet te vertellen dat de eerste eigen oogst boven alles gaat. Dan is niet belangrijk hoe de aardbei eruit ziet, of het een grote is of een kleine. Waar het om gaat is dat de oogst, de heerlijke beloning is van twee maanden intensieve zorg. Ik hou van die emotie, het gevoel van luxe, als we beloond worden met heerlijke eigen geteelde aardbeien.

Geniet van de kleine dingen!

Carola Hereijgers
www.hereijgersaardbeien.nl
Lepelstraat / gem. Bergen op Zoom