aardbeibloesemkever

Teelttip 13: Insecten

Uitzonderlijk mooi weer kan hier en daar voor een invasie van allerlei beestjes zorgen die het op de aardbeiplanten gemunt hebben. Begrijpelijk, zij moeten ook eten.  Malse aardbeienblaadjes zijn blijkbaar niet te versmaden.  Spuugbeestjes (cicaden) zijn makkelijk herkenbaar door de grote klodder spuug die om hen heen te vinden is. Meestal zijn het er maar een paar en kun je ze het beste even handmatig verwijderen.

Aardbeibloesemkevers zijn vervelender. Deze kevertjes leggen hun eitjes net onder het bloemknopje van de aardbeiplant. Daarvoor prikken ze een gaatje in de bloemstengel waardoor die slap gaat. Net als rupsen kun je die bestrijden met pyrethroïde van bijvoorbeeld Ecostyle, verkrijgbaar bij goeie tuincentra. Vooral die bloesemkevers zijn verraderlijk. Je wordt ’s morgens wakker en je ziet ineens een flink aantal bloemknopjes met hun kopje naar beneden hangen.

Luizen komen ook wel voor hier en daar, maar meestal ruimen de natuurlijke vijanden ze redelijk snel op. Als het te lang duurt kun je nog overwegen een spuitproduct te gebruiken. Bij ons op het bedrijf zorgt de natuur meestal voor een evenwicht tussen luizen en bijvoorbeeld lieveheersbeestjes.

Trips kan in de zomer ook nogal actief zijn. Trips is een klein insect dat schade doet aan de bloemetjes. De aardbeien zien er daarna uit alsof ze een huidje van schuurpapier hebben. Vaak blijven ze dan ook klein en zien er een beetje droogjes uit. Soms zijn natuurlijke vijanden zoals roofwantsen wel actief om de trips op te ruimen, maar er kan ook tegen gespoten worden met Spruzit of een ander toepasbaar middeltje dat je bij een tuincentrum haalt. Spruzit is een middel van natuurlijke oorsprong. Spuiten moet je dan wel doen tijdens de bloei en alleen als de beestjes er ook inzitten. Als je zoekt naar trips, blaas dan even in het bloemetje en kijk met een loep. Dan zie je ze over de bloembodem racen.