Teelttips #3
Tip 13: Insecten
Het uitzonderlijk mooie weer van de laatste tijd heeft hier en daar voor een invasie van allerlei beestjes gezorgd die het op de aardbeiplanten gemunt hebben. Begrijpelijk, zij moeten ook eten. Malse aardbeienblaadjes zijn blijkbaar niet te versmaden. Spuugbeestjes (cicaden) zijn makkelijk herkenbaar door de grote klodder spuug die om hen heen te vinden is. Meestal zijn het er maar een paar en kun je ze het beste even handmatig verwijderen. Aardbeibloesemkevers zijn vervelender. Deze kevertjes leggen hun eitjes net onder het bloemknopje van de aardbeiplant. Daarvoor prikken ze een gaatje in de bloemstengel waardoor die slap gaat. Net als rupsen kun je die bestrijden met pyrethroïde van bijvoorbeeld Ecostyle, verkrijgbaar bij goeie tuincentra. Vooral die bloesemkevers zijn verraderlijk. Je wordt ’s morgens wakker en je ziet ineens een flink aantal bloemknopjes met hun kopje naar beneden hangen. Luisjes komen ook wel voor hier en daar, maar meestal ruimen de natuurlijke vijanden ze redelijk snel op. Als het te lang duurt kun je nog overwegen een spuitproduct te gebruiken. Bij ons op het bedrijf zorgt de natuur meestal voor een evenwicht tussen luizen en bijvoorbeeld lieveheersbeestjes.
Tip 14: Schimmels
Er bereiken me berichten dat er hier en daar een hele plant ineens slap gaat hangen. Het gaat dan meestal om de schimmelziekte Phytophtora cactorum, verwant aan de aardappelziekte. De enige remedie hiertegen is om aangetaste planten zo snel mogelijk te vewijderen, want het is een besmettelijke schimmel. Plantmateriaal wordt vooraf altijd behandeld tegen deze schimmel, maar door allerlei omstandigheden kan de schimmel toch schade doen. Aangetaste planten zijn niet meer te redden, zeker niet als er al binnen enkele weken van geplukt moet worden. Phytophtora sporen zijn vrijwel overal in de lucht aanwezig en een wondje aan de plant kan dan voor infectie zorgen. Wondjes kunnen ontstaan bij het planten, bij het afplukken van oud blad en zelfs op het moment dat er een nieuwe wortel aan de plant komt. Altijd een vervelend moment, zeker als de planten mooi staan te groeien en dan ineens omvallen. Een plant blijft levend materiaal, dus helaas, ook gevoelig voor van alles.
Als de uitgroeiende vruchten niet snel goed kunnen opdrogen, dan kan er ook vruchtrot gaan ontstaan. Als je in de vollegrond teelt is het zaak om tijdig wat grof stro tussen de planten te strooien. Wees daar dan niet te zuinig mee. Doe het voordat de trossen met aardbeitjes al op de grond liggen. Behalve dat de vruchten dan sneller opdrogen blijven ze ook schoon van opgespetterde grond.
Tip 15: Slakken
Als ik met mensen spreek over de teelt van hun eigen aardbeien, gaat het vaak al snel over slakken. Hoewel wij er als aardbeienbedrijf weinig last van hebben, schijnt het in particuliere tuintjes vaak een drama te zijn. Behalve dat er slakkenkorrels te koop zijn om de beestjes te bestrijden is het vooral zaak om de omgeving niet interessant te maken voor slakken. Een zonnige plek is dan toch het beste. Slakken zijn goeie klimmers en gluiperds die ongezien toch de plaats van bestemming weten te bereiken. Als er mensen zijn die er goeie ervaringen mee hebben, deel ze dan met mij via vraag@aardbeienacademie.nl
Goede raad van Aardbeienacademie student Karin Sijtsma: strooi kippengrit rondom je potten of planten. Karin heeft de ervaring dat het goed werkt bij haar door slakken ook lekker gevonden Hosta planten. Het ziet er nog leuk uit ook! Kippengrit koop je bij de dierenspeciaalzaak en het is niet duur. Graag hoor ik de resultaten.
Tip 16: Uitlopers
Veel van jullie planten hebben al uitlopers gekregen. Je kunt ze er aan laten zitten, maar ze nemen wat energie weg van de plant die hij ook kan benutten bij het grootbrengen van de aardbeien. Als je ze eraf wilt halen knip of snij ze er dan af en niet te dicht bij de plant. Niet eraf trekken omdat je dan weer wondjes krijgt op een plek waar phytophtora graag de planten binnenkomt. Laat je de uitlopers eraan zitten dan kan aan het eind van een uitloper weer een nieuw plantje groeien, mits de wortelpuntjes de grond raken.
Tip 17: Kniktrossen
Als je aardbeiplanten in een kist, bak of pot staan dan moet je op gaan passen dat de trosstelen op de rand van je pot, bak of kist niet gaan knikken. De sapstroom naar je aardbeien wordt dan namelijk gedeeltelijk afgesloten. Daardoor krijg je kleine vruchten die ook nog eens niet optimaal smaken. Professionele telers hebben daarvoor een soort strakke linten gespannen naast de planten waar de trossen op kunnen rusten. Als de trosstelen een vloeiende buiging kunnen maken, dan zullen ze niet breken. Als je een teeltsysteem hebt waarbij je kniktrossen kunt krijgen, bedenk dan iets om de trossen wat ondersteuning te geven. Mooie foto’s van je eigen creaties zou ik graag willen zien. Stuur ze maar naar vraag@aardbeienacademie.nl
Tip 18: Vogels
Vogels hebben het de laatste jaren ook steeds meer gemunt op aardbeien lijkt het wel. Vooral duiven en merels zijn vervelend. De lekkerste aardbeien hebben ze ook het liefst, dus ook die van jullie. Als je de mogelijkheid hebt, dan kun je er het beste een soort tentje van vogelnet of oude vitrage overheen zetten. Maar zorg dan dat er geen grote gaten in zitten of dat vogels er nog via de onderkant in kunnen.
Aanvullende tip van @IndustriousIris: kies liefst voor blauw vogelnet en span dat goed strak. Dan raken vogels er niet in verstrikt.
Als je een echte vogelliefhebber bent kun je natuurlijk ook je oogst aan de vogels gunnen. De eerste aardbeien beginnen hier en daar te kleuren heb ik gezien in diverse twitterberichtjes. Dus bedenk nu wie je er mee aan de haal wil laten gaan.
LinkedIn/JanRobben